Samenwerking kan vele vormen aannemen!

Het is vaak een lokaal gebeuren waar een vleugje chemie en magie aan te pas komt. Aan de basis ligt wilskracht, doorzettingsvermogen en experiment.

Wanneer samenwerking enkel als praktische oplossing wordt gezien, gaat dit voorbij aan een belangrijke extra dimensie, nl. meerwaarde creëren

We maken even het onderscheid tussen het Vlaamse en lokale niveau.
Vanwege hun opdracht, actieradius, werking en kwaliteitsgaranties kan de samenwerking op deze niveaus andere vormen aannemen.

Wat kan op Vlaams niveau (nog meer) gebeuren?

Het nieuwe niveaudecreet maakt de instap in het deeltijds kunstonderwijs, op basis van eerder verworven competenties -bv. in de vrijetijdssfeer-, iets makkelijker. Na toetsing van de toelatingsvoorwaarden kunnen ‘amateurkunstenaars’ soms tot een hoger studieniveau worden toegelaten.


Amateurkunstenaars weten de academie te vinden en kennen haar troeven. Afstuderende leerlingen weten bij welke vrijetijdsinitiatieven ze terecht kunnen.
Kan Publiq een rol spelen in het (lokaal) in kaart brengen van het aanbod? Of kan de Vlaamse overheid via haar monitoringsystemen hierin een rol van betekenis opnemen?


Sensibilisering  (via grootschalige campagnes, een gezamenlijk event of studiedag/colloquium) en het opschalen van goede praktijken (waar bevinden zich concrete samenwerkingsverbanden? Welke formats zijn extrapoleerbaar? Hoe kunnen we die zo goed mogelijk ontsluiten?) spelen een cruciale rol in waarderende beeldvorming.


Goed uitgeruste ruimte is schaars. Gedeeld gebruik mag geen utopie zijn. Minister Crevits is de idee alvast genegen om ruimte te delen (het masterplan scholenbouw moedigt scholen aan infra open te stellen voor de lokale gemeenschap). Er is nood aan tools om dit concreet vorm te geven. Modelcontracten, verzekeringsafspraken, enz. die de administratieve afhandeling vereenvoudigen. Kortom, een Slimgedeeld.be specifiek voor DKO’s.


De academie als gangmaker van kunstprojecten in wijken, producties i.s.m. amateurkunstenaars, artistieke feedback, structurele samenwerkingen of zaalverhuur… Sommige academies doen het al en stellen zich open op voor kruisbestuiving. Pilootprojecten en aanmoedigingspremies zouden experiment verder stimuleren.


De huidige beeldvorming is vaak gestoeld op buikgevoel, veronderstellingen en lokale ervaringen. Er is nood aan wetenschappelijke cijfers die objectiveren. Op basis van deze bevindingen is bijsturing in het beleid mogelijk.


Het deeltijds kunstonderwijs en de Vlaamse amateurkunstenorganisaties nemen samen het initiatief om een navorming, terugkommoment of afstudeerproject te lanceren, specifiek voor (pas) afgestudeerden. Feedback op je werk, samen tentoonstellen/performen en nieuwe artistieke impulsen kunnen bv. de rode draad vormen.


Terugkomtrajecten voor afgestudeerde DKO-leerlingen of navorming voor DKO-leerkrachten zijn concrete acties waarvoor beide sectoren hun krachten kunnen bundelen. Vrijstelling van uren vanuit de overheid zou een extra stimulans zijn.


Docenten deeltijds kunstonderwijs en de amateurkunstensector kunnen hun visies op leren delen en onderling methodieken uitwisselen. Dit kan via een (zelfregulerend) lerend netwerk of via navormingsmomenten voor leerkrachten DKO.


Het is aangewezen scherpe criteria te formuleren omtrent de alternatieve leercontext, die zowel door deeltijds kunstonderwijs als de amateurkunstensector gedragen zijn. Deze wijd verspreiden en aansturen op een breed draagvlak verhoogt de kans op slagen.

Wie kan hier verder (mee) vorm aan geven?

  • Administratie/Departement/Kabinet Onderwijs; CANON Cultuurcel
  • Administratie/Departement/Kabinet Cultuur; ACCE
  • Onderwijskoepels
  • VerDi & Codibel
  • 9 amateurkunstenorganisaties/ hun steunpunt

Wat kan op lokaal niveau gebeuren?

‘Het cultuurbeleid van Vlaamse steden en gemeenten vertrekt niet vanuit organisaties of instellingen, maar wel vanuit de inwoners en doelstellingen die ze wil realiseren. Zo moet iedereen de kans krijgen met kunst bezig te zijn.

(VVSG)

Manieren om samen en complementair in te staan voor een breed aanbod:

Gemeenten, blijf inzetten op brugfiguren,  match-makers of intermediairen die kunsteducatieve spelers samenbrengen en dat over de sectoren onderwijs en cultuur heen. Cultuurbeleidscoördinatoren, cultuurraden en sterke schepenen vervullen reeds die rol. Ga ook na wat regionaal mogelijk is.


Goed geïnformeerde contactpunten

Cruciale sleutelfiguren (dienst vrije tijd, lerarenkorps academie, schepenen, jeugdwerkers, …) hebben accurate kennis van verenigingsleven en/of de werking van de academie. Ze kunnen op zijn minst doorverwijzen. Brochures, een heldere website, toegankelijk contactpunt of ‘cultuurmarkt’ nemen hier een verdienstelijke rol in op.


Het nieuwe niveaudecreet stuurt aan op nauwe betrokkenheid met de lokale context. Ouders, leerlingen en geïnteresseerden moeten gehoord worden over noden en verwachtingen. Bovendien moeten directie en leerkrachten meer adviserend optreden om het alle studieopties onder  de aandacht te brengen. Na afstuderen (of stopzetten van de opleiding binnen de academie) is een gerichte doorverwijzing naar het verenigingsleven eveneens een meerwaarde.


Elke academie heeft een Schoolbestuur, veel verenigingen hebben een Raad van Bestuur. Om de doorstroom van informatie te bevorderen en correct beeldvorming na te streven, zou een deskundige amateurkunsten in de academie kunnen participeren en omgekeerd, een afgevaardigde van de academie in de cultuurraad (of  vereniging).


Zowel de academie als het verenigingsleven hebben een open houding t.a.v. elkaar. Ze kennen elkaars werking en troeven en verwijzen door naar elkaar, in het belang van het individu.


Academies stellen hun ateliers, opnamestudio’s, concertzalen, repetitieruimtes, fotostudio’s – na de schooluren – open voor oud-leerlingen en/of amateurkunstenverenigingen. Hun aanwezigheid kan de aanzet vormen voor verrassende kruisbestuivingen.


Academies gaan na op welke manier zij bepaalde materialen (bv. keramiekoven, projectoren, geluidsversterking, enz.) mits goede afspraken, ter beschikking kunnen stellen van het verenigingsleven.


Het zit hem soms in kleine dingen. Door amateurkunstenaars (regisseur, dirigent, …) uit te nodigen voor een examencommissie, krijg je inzichten uit het veld mee.


In een stad of gemeente zijn er vaak opportuniteiten om, ook over beleidsdomeinen heen, samen naar buiten te komen. Op een vrijetijdsmarkt bv. of via een groots event of kleiner project. Zet zo’n samenwerkingsverbanden extra in de verf.


Al dan niet onder impuls van een derde (bv. de gemeente die een jaarthema voorop stelt, of een DKO leerkracht die regisseert, …) werken academie en het verenigingsleven samen aan een productie.


De alternatieve leercontext (link) staat ingeschreven in het decreet. Ook al is de toepassing niet altijd evident, heel wat academies zoeken naar een haalbare invulling om deze maatregel concreet vorm te geven.


Gestructureerde communicatiedoorstroom met een gecoördineerde aanpak kan resulteren in een gedeeld platform of gezamenlijke campagne met input uit beide sectoren. De info vertrekt vanuit het standpunt van de burger (naar welke info is die op zoek?) en heeft – door de mix aan achterbannen – een groot bereik.


Is je academie op zoek naar een nieuwe directeur of beleidsmedewerker? Is die mee met de nieuwste maatschappelijke ontwikkelingen – verbindend werker, op zoek naar cross overs, oog voor het individu, … – Alludeer dan in de vacature naar de afstemming met kunst in de vrije tijd en lokale cultuuractoren.