De band deeltijds kunstonderwijs – amateurkunsten roept heel wat vragen op. Stof genoeg dus om verder en diepgaander onderzoek te voeren.

Denk bv. aan:

  • onder welke vormen manifesteert de ‘overlap’ zich tussen beide sectoren?
  • in welke contexten beoefenen academieleerlingen, naast de lessen?
  • wat is de perceptie van DKO-leerlingen over amateurkunsten?
  • verkennend en beschrijvend veld/praktijkonderzoek over de samenwerking tussen academies en amateurkunsten zou verrijkend zijn.
  • wat leert een screening van visieteksten van academies: wat stellen zij voorop rond samenwerking?
  • welke ondersteuning is Vlaams en lokaal nodig om samenwerkingen een extra boost te geven?
  • wat is het opleidingsniveau van artistieke begeleiders in de ‘amateurkunsten’sector (dirigenten, regisseurs, dansdocenten, …) +
  • hoeveel DKO-docenten zijn tegelijk als artistiek begeleider in een amateurkunstenvereniging actief?
  • in-, door- en uitstroom van leerlingen deeltijds kunstonderwijs naar amateurkunsten en vice versa; zijn het communicerende vaten?
  • wat is het potentieel van brugfiguren (docenten, cultuurbeleidscoördinatoren, …). Welke knelpunten ervaren zij?
  • hoe vlot vinden personen zonder pedagogische of artistieke opleiding (bv. dj, schrijven, …) aansluiting in het deeltijds kunstonderwijs als lesgever?