De Vlaamse overheid wil explicieter inzetten op de wisselwerking amateurkunsten – deeltijds onderwijs. Die samenwerking is sinds (2018) kort verankerd bij decreet.

Vanaf 1 september 2018 kunnen kinderen vanaf 6 jaar om het even welke discipline volgen in het deeltijds kunstonderwijs. Het DKO gaat nauwer samenwerken met scholen en legt een duidelijk link met kunst in de vrije tijd. Leerlingen kiezen een traject op maat. Verder komen er nieuwe opleidingen zoals choreograaf, regisseur en dj. Dat zijn enkele nieuwe klemtonen uit het niveaudecreet DKO.

‘Leerlingen uit de laatste graad die herhaaldelijk blijven zitten – omdat ze het er leuk vinden – zullen voortaan sneller richting lokale culturele verenigingen worden geleid.’

De Standaard, 16/10/2017

Reeds in het Regeerakkoord 2014-2019 refereerden zowel Vlaams Minister van Onderwijs, Hilde Crevits als Vlaams Minister van Cultuur, Sven Gatz naar meer afstemming en toenadering tussen het deeltijds kunstonderwijs en de amateurkunstensector.

  • Beleidsnota Cultuur 2014 – 2019, p. 43: “De amateurkunstensector bloeit en groeit en zorgt ervoor dat talloze amateurkunstenaars kunst kunnen creëren, produceren en hun technische en creatieve competenties kunnen ontwikkelen en bijschaven. Deze alomtegenwoordige sector kan versterkt worden door blijvend in te zetten op samenwerking met het bredere cultuureducatieve veld, het deeltijds kunstonderwijs, de kunsten en de jeugdsector. Methodologische vernieuwing verdient stimulansen via pilots en experiment. En ook hier moet de informele leercontext meer dan ooit naar waarde worden geschat.”
  • Beleidsnota Onderwijs 2014 – 2019, p. 32: “Samen met mijn collega bevoegd voor Cultuur wil ik werk maken van een actualisering van het deeltijds kunstonderwijs waarbij de link tussen het deeltijds kunstonderwijs en de amateurkunsten niet uit het oog wordt verloren. Ik zie de rol van de overheid vooral in het sensibiliseren en inspireren vanuit overleg en samenwerking met andere actoren zoals het leerplichtonderwijs, vrijetijdsactoren en lokale besturen. Hierbij moet er voldoende vrijheid zijn tot het opzetten van verschillende organisatievormen, leeromgevingen en alternatieve leercontexten.”

‘We kunnen deze toenadering enkel toejuichen. Onze opzet is nl. zoveel mogelijk mensen aan kunstbeoefening te laten doen. Verschillende ‘inrijpoorten’ en een gedifferentieerd aanbod dragen daaraan bij. We zien kunstbeoefening meer dan ooit als een gedeelde verantwoordelijkheid. Zowel die van de amateurkunstensector als die van vele andere actoren, zoals het deeltijds kunstonderwijs.’

Forum voor Amateurkunsten, beleidsplan 2017-2021