Het niveaudecreet deeltijds kunstonderwijs streeft naar meer verbinding met de lokale context. Door samenwerking met het basis/secundair/hoger onderwijs (hfst. 8), maar ook met cultuur (hfst 2) in de eerste plaats amateurkunsten.

Het decreet wil werk maken van 10 speerpunten. Eén daarvan is: samenwerking met de lokale culturele actoren, amateurkunsten, kunsteducatieve organisaties en kunstinstellingen stimuleren.

Hoofdstuk II van het decreet gaat over de ‘opdracht en finaliteit van het deeltijds kunstonderwijs’.

  • Waar vroeger meer nadruk lag op DKO als voorbereiding op het hoger kunstonderwijs, nuanceert het huidige decreet:
    Leerlingen komen niet allemaal met dezelfde leervraag naar de academie. Voor sommigen vormt de DKO-opleiding nog altijd een opstap naar hoger kunstonderwijs of leidt het tot een creatief beroep (grafisch vormgever, textielbewerking, restaurateur, kunstambachten …) maar voor de meerderheid is kunstbeoefening een vorm van vrijetijdsbesteding. De afstemming met ‘amateur’kunstbeoefening, in georganiseerd verband of individueel, is voor hen belangrijk. Dit decreet zet daarom nadrukkelijker in op haar link met de maatschappelijke opdracht.
  • Zo stimuleert de overheid dat academies zich verbinden met andere aanbieders van artistiek leren in haar omgeving. Bedoeling is dat verschillende leervormen (formeel, niet-formeel en informeel) elkaar aanvullen en versterken en dat kunstbeoefenaars vlot de weg vinden van de ene naar de andere vorm van leren. Zo kunnen autodidacten of leden van een amateurkunstenvereniging, hun competenties meenemen naar het DKO en na toetsing van de toelatingsvoorwaarden meteen tot een hoger niveau worden toegelaten.
  • Tot slot, om aan te geven dat het menes is, stelt het decreet dat een academie maar erkenning en dus middelen kan krijgen indien de academie afstemt met haar lokale culturele omgeving. Het niveaudecreet stuurt aan op een vorm van inspraak met het oog op verankering van de academie in haar omgeving. Signalen oppikken van leerlingen, ouders of geïnteresseerden kan op verschillende manieren.

Bron: decreet DKO, uitvoeringsbesluit en memorie van toelichting.

‘De overgrote meerderheid van de leerlingen volgen een DKO-opleiding met het oog op kunstbeoefening in de vrije tijd. De amateurkunstbeoefening in de omgeving van de academie is dus een belangrijke graadmeter van de leerbehoeften van de potentiële leerlingen. Het gaat daarbij zowel over georganiseerde beoefening in verenigingen als individuele amateurkunstenaars.’

(Memorie van Toelichting)

‘Als een academie haar aanbod afstemt op haar culturele omgeving verzekert ze bovendien een vlotte doorstroom van afgestudeerden naar die culturele omgeving en draagt op die manier bij aan de culturele dynamiek in een stad of gemeente.’

(Memorie van Toelichting)