• Voorbode van meer afstemming met amateurkunsten

De conceptnota DKO was de voorbode van het (nieuwe) niveaudecreet voor het deeltijds kunstonderwijs in Vlaanderen. De nota schuift 10 krachtlijnen naar voor die het raamwerk vormen voor het nieuwe decreet.
Samenwerking met de lokale culturele actoren, amateurkunsten, kunst educatieve organisaties en kunstinstellingen stimuleren, is daar één van.

Download hier de conceptnota (2015).

Bemerk bv. volgende passages in de nota:

  • ‘In het licht van levenslang leren liggen er in samenwerking en wederzijdse afstemming mooie kansen voor DKO en kunstenorganisaties die inzetten op kunsteducatie. Met de amateurkunsten heeft het DKO van nature een sterke band. De wisselwerking tussen amateurkunsten en DKO willen we in het niveaudecreet expliciteren in zijn maatschappelijke opdracht en in de einddoelen.’
  • ‘De gerichtheid op amateurkunstbeoefening of een creatief beroep wordt explicieter. Dit zal de maatschappelijke positie van het DKO versterken.’

“Ik wil werk maken van een actualisering van het deeltijds kunstonderwijs waarbij de link tussen het deeltijds kunstonderwijs en de amateurkunsten niet uit het oog wordt verloren. Ik zie de rol van de overheid vooral in het sensibiliseren en inspireren vanuit overleg en samenwerking met andere actoren zoals het leerplichtonderwijs, vrije tijdsactoren en lokale besturen. Hierbij moet er voldoende vrijheid zijn tot het opzetten van organisatievormen, leeromgevingen en alternatieve leercontexten.” (Vlaams minister van Onderwijs, Hilde Crevits)


Samenwerking met de lokale culturele actoren, amateurkunsten, kunsteducatieve organisaties en kunstinstellingen stimuleren

Meer dan 95% van de dko-leerlingen beoogt geen vervolgopleiding in het hoger kunstonderwijs. De belangrijkste maatschappelijke finaliteit van het dko is dus kunstbeoefening in de vrije tijd. Het dko draagt bij to de persoonlijke ontwikkeling van het individu (levenslange kunstbeoefening), maar is ook van belang voor amateurkunstverenigingen. Kwaliteitsvolle en hedendaagse opleidingen dragen rechtstreeks bij tot de kwaliteitsbevordering en dynamiek in deze sector. De wisselwerking met de lokale amateurkunsten (zowel georganiseerd als individueel) moet voor alle academies een vanzelfsprekend gegeven worden.

Daarbij denken we verder dan toeleiding van dko-afgestudeerden naar de amateurkunstverenigingen. Tieners en volwassenen zijn vaak al als amateurkunstenaar aan de slag voor of terwijl ze naar de academie komen.

Ook interactie met andere aanbieders van kunstopleidingen in de  socio-culturele en kunsteducatieve sector vinden we een interessant denkspoor. In samenspraak met de Minister van Cultuur willen we opleidingsverstrekkers in de verschillende beleidsdomeinen stimuleren om elkaar te ontdekken als complementaire partners.

Bron: conceptnota 2015


Ook interessant, minder recente publicaties: